zondag 2 april 2017

het leven van een zwerfkat….
1.5 jaar geleden zag ik met mijn grote zwarte kijkers voor het eerst het levenslicht. Mijn mammy likte me droog en zoogde me met veel liefde. Fier liet ze me aan “vrouwtje” zien.
Samen met mijn broertjes en zusjes speelde ik met mijn mensenbroertje en mensenzusje. We hadden zo een pret!
Afscheid kon natuurlijk jammer genoeg niet uitblijven en algauw had ik het hart veroverd van een nieuwe familie met een nieuw mensenbroertje. Ook mijn broertjes en zusjes werden direct geadopteerd door de mooie foto’s die “het vrouwtje” van ons had gemaakt en op facebook had gezet.
De mensenkindjes waren gek op kleine schattige poesjes, hoorde ik ze zeggen. 
Mijn mooie ogen en mijn zachte knuffels zorgden algauw voor een warm plaatsje.
Het was toch even wennen zo zonder mammy en mijn broers en zussen, maar na enkele dagen was het dolle pret met de mensenkinderen. 
De gordijnen (of hoe noemen ze die dingen?), waren hemels. Vechten met de touwtjesmuis, krabben aan de palen (blijkbaar ook stoel of zetel genoemd), de pret kon niet op.
Ik voelde me groter en sterker worden en ik werd nieuwsgierig naar de grote wereld. Eerst bij de dierenarts de nodige prikjes gekregen en dan nog een tablet in de keel geduwd, (Hier heeft hij toch een ferme krab aan over 
gehouden!😈), en de deur werd opgezet.
Leuk dat het was, op zoek naar vlinders vond ik algauw nieuwe vrienden… ‘s avonds sliep ik lekker in een warm mandje en overdag ging ik op pad…. Hemels!
Ongeveer 1 jaar geleden gebeurde het…. Al die vrienden, waren ineens mijn vrienden niet meer, ze begonnen met me te vechten, en sommige probeerden me zelf te verkrachten. Gekrijst dat ik heb…. 
Kattentijd noemen ze het blijkbaar.
Langzaam voelde ik mijn lichaam veranderen, ik werd dikker, mijn tepels verdikten, en ik had meer liefkozing nodig dan anders. Na een dagje op stap ging ik weer naar huis, en…. de deur was dicht!
Ik heb gewacht aan het raamkozijn, ik zag mijn mensenkinderen passeren, miauwde aan de raam, maar niemand deed open.
Ik hoorde de mensenmama zeggen: niet binnenlaten, ze gaat dan wel weg, binnenkort zitten we hier met een hoop “jong”!
Hongerig ging ik op zoek naar voedsel, het eens zo warme lieve huis liet ik achter me…. Dagen 
zwerfde ik rond. Tijdens de stortbuien moest ik me verschuilen onder auto’s of in houtopslag 
plaatsen.
Overal waar ik even blijf zitten hoor ik “sssshsht maak dat je weg bent”… 
Hongerig loop ik verder…. Ik ruik wat lekkers in een plastieken zak… Die krab ik open om iets te eten te hebben. Daar komt ineens een man op me afgerend met een stok! “wegweg vuile rotkat”. 
Door de grote schok liep ik snel de straat op…. Gepiep! Grote lichten komen vlak voor mijn neus tot stilstand. Mijn hart bonkt in mijn keel… Ik loop snel verder… Al kan je het niet echt snel meer noemen. Door het gewicht in mijn buik 
wordt ik trager, minder wendbaar….
Waar was die warme thuis, waar waren die lieve mensenkinderen waar ik zoveel plezier mee heb 
gemaakt?
Ik wou dat ik dood was...
Hongerig en helemaal nat van de regen vind ik een slaapplekje in een tuinhuis. Stilletjes kruip ik in 
een hoekje. 
’s Morgens hoor ik de mensen buiten… ik zal me maar weer snel uit de voeten maken voor er weer een stok volgt.
Opeens ruik ik lekker eten, vlak bij het tuinhuis. Na even omgekeken te hebben of er geen mensen meer zijn, at ik gulzig alles op. Ik zal maar op deze plek in de buurt blijven.
De volgende dag stond er weer eten, en weer, en de dag nadien weer! Had ik dan toch een beetje geluk gevonden?
De dag nadien liep ik weer naar mijn schaaltje voer, toen opeens....een klap! Ik zat vast! Ik kon niet weg! 
1 nacht heb ik daar bang in overnacht, het werd donker gemaakt….
Toen kwam ik binnen bij een bekende geur…. De dierenarts… angst sloeg me om het hart. Met grote bange ogen keek ik naar die mens met de spuit…
Auw een pijnlijke prik, ik word slaperig en voel het leven uit me wegebben...
Wanneer ik wakker wordt doet mijn buik en oor pijn. Ik lig in een grote kooi, wel met eten maar omdat ik zo bang ben durf ik er niet van te eten.
De dierenarts brengt me terug naar de mensen waar ik laatst zoveel eten heb gekregen.
“Ze is gesteriliseerd” hoor ik haar zeggen, “ze was drachtig van 4 katjes”. We waren nog net op tijd om geen extra 4 sukkeltjes op de wereld te laten komen.
Ik heb nu mijn ‘hopelijk’ gouden mandje gevonden… Al had dit allemaal niet moeten gebeuren wanneer de mensen niet verliefd zouden zijn geworden op mijn grote mooie ogen, of wanneer ze nog steeds op me verliefd gebleven waren wanneer ik groot en sterk werd.
En wanneer ze vroegtijdig zich hadden geïnformeerd over de kosten van een “sterilisatie” alvorens ze me binnen haalden.
Het had mij in ieder geval veel ellende bespaard…
Ik kan alleen nog maar denken vanuit mijn nieuwe mandje…. :Hoe zouden mijn broers en zusjes het hebben? 
Hebben zij een plekje met eten? Hebben zij op tijd kunnen wegrennen van de grote lichten 
van die grote auto?
Waarschijnlijk niet!
1 op de 2 katten haalt de leeftijd van 1 jaar niet….
Ik heb geluk gehad. Hopelijk helpt mijn verhaal 
jullie, om na te denken voor u een lief, schattig kitten in huis te nemen. We worden dapper en sterk. 
Kijk ook eens naar volwassen adoptiekatten: vaak hebben zij een soortgelijk verhaal achter de rug, en zoeken ze een vredig gouden mandje, weg van alle verschrikkelijke dingen.
Dit ben ik: Opengereten bij de dierenarts, met verlies van baby’s…. Wat nooit had moeten gebeuren als mijn mensenmoeder mij goed had verzorgd, en op jonge leeftijd had laten steriliseren. 
De wonde was kleiner en minder pijnlijk geweest. 
Maar al bij al, ik blijf herhalen…. Ik had nog geluk…
Vele knuffels, Mousje


Geen opmerkingen:

Een reactie posten